Museum Nieuwlande

Onderduikersmuseum
Nieuwlande

Header_museum_nieuwlande

🌿 Veen, Verzet en Verbinding

bron: Geopark De Hondsrug

 

De geschiedenis van de veenwijken tussen Nieuwlande, Elim en Hollandsche Veld

Jan van der Sleen

In het zuidoosten van Drenthe ligt een landschap dat ooit nauwelijks begaanbaar was. Een uitgestrekt hoogveengebied, gevormd door duizenden jaren van natuurkrachten, werd vanaf de 17e eeuw stukje bij beetje ontgonnen. Een dijk genaamd de Zwarte Dijk of Menno van Coehoornsdijk was een onderdeel van de verdediging van de vestingstad Coevorden. Deze “dijk” liep grofweg vanaf de Jan Kielswijk over het huidige Nieuwlande, eind 17e eeuw. Wat overbleef is een uniek cultuurlandschap van rechte lijnen, smalle watergangen en stille getuigen van een bewogen verleden. Dit is het verhaal van de veenwijken tussen Nieuwlande, Elim en Hollandscheveld.

Wat is een veenwijk?

Een veenwijk is een met de hand gegraven watergang, bedoeld om het veen te ontwateren en turf af te voeren. Deze wijken vormden het hart van de verveningsinfrastructuur. Ze waren doorgaans 3 tot 5 meter breed, 1,5 tot 2 meter diep en lagen op een onderlinge afstand van 180 meter. Langs deze wijken ontstond een karakteristiek patroon van smalle percelen – vaak 30 tot 50 meter breed en tot wel 600 à 1000 meter lang – haaks op de wijk.

De turf werd per praam afgevoerd, getrokken door mensen of paarden. Bruggen en vonders verbonden de percelen met de Opgaanden – de dwarswegen die toegang boden tot de rest van de wereld. Aan de kop van de percelen verrezen eenvoudige arbeiderswoningen en later vanaf 1908 ook boerderijen. Deze inrichting was niet alleen praktisch, maar ook economisch efficiënt.

.

De Kerkenkavelwijk: een wijk met een missie

Een bijzondere wijk in dit gebied is de Kerkenkavelwijk. Deze liep van de Riegshoogtendijk bij Hollandscheveld tot aan Nieuwlande – een strook van vijf kilometer lang en tweehonderd meter breed. Het Onderduikershol ligt aan de Kerkenkavelswijk. De opbrengsten uit de turfwinning in deze kavel waren bestemd voor kerk, school en armenzorg. In 1681 werd de kavel overgedragen aan de gemeenschap. Het is een vroeg voorbeeld van sociaal beheer in een veenkoloniaal landschap.

Van woeste grond tot veenkolonie

De systematische vervening begon in de vroege 17e eeuw onder leiding van Roelof van Echten, een invloedrijke Drentse edelman. Hij zag in de turf een kans om te voorzien in de groeiende brandstofbehoefte van de steden in het westen. Met steun van Hollandse investeerders richtte hij de Algemene Compagnie van 5000 Morgen op. Later ontstond de Hollandsche Compagnie, die het gebied ontwikkelde dat we nu kennen als Het Hollandsche Veld.

De vervening begon met het graven van greppels, sloten en wijken. Daarna volgde de boekweitteelt – een gewas dat goed gedijde op de zure zand-veenbodem. Boekweit leverde niet alleen graan, maar ook honing. De bijen zorgden voor bestuiving én voor het zoete goud dat in deze streek broodnodig was. Hoogeveen voert in haar gemeentewapen ook bijenkorven.

Van heide naar bos

Na de boekweitteelt raakte de grond uitgeput. Veel land kwam braak te liggen en veranderde in heidevelden. Hier graasden schapen, en op plekken waar zij niet kwamen, ontstonden bossen. Zo groeide het bosgebied , deels spontaan, deels aangeplant. In de 19e eeuw werden hier eiken en sparren geplant, bedoeld om de grond te verbeteren en later als landbouwgrond te gebruiken. Veel van dit hout ging naar de mijnenbouw in Limburg

Oorlog in het veen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het ontoegankelijke karakter van het gebied een zegen. De wirwar van wijken, bruggetjes en bossen maakte het moeilijk voor de bezetter om controle te krijgen. Nieuwlande e.o groeide ook uit tot een centrum van verzet en onderduik. Onder leiding van mensen als Johannes Post en Arnold Douwes bood ook het dorp onderdak aan vele Joodse onderduikers. Dit gebeurde overigens ook in de wijde omliggende regio

In 1985 werd Nieuwlande als het tweede dorp in Europa door Yad Vashem onderscheiden als “Rechtvaardige onder de Volkeren” – een unieke erkenning voor een gemeenschap die samen opkwam voor menselijkheid. De gedecoreerden kwamen dan ook uit de wijde omgeving van Nieuwlande.

Een landschap dat spreekt

Vandaag de dag zijn de sporen van dit verleden nog zichtbaar. De rechte lijnen van de wijken, de restanten van de Kerkenkavelwijk en de bossen van Schoonhoven vertellen een verhaal van arbeid, solidariteit en overleving. Het is een landschap dat niet alleen gevormd is door mensenhanden, maar ook door moed, visie en gemeenschapszin.

📐 Afmetingen van veenwijken in Nieuwlande (gemiddeld)

Soort wijk

Breedte (bovenkant)

Diepte

Toelichting

 

Dwarsgat (Brugstraat)
Oostopgaande
Jeulenwijk

ca. 5 tot 8 meter

1,2 – 1,5 meter

Voldoende voor turfpramen
Potschip van fam. de Boer Turfaken firma Griendtsveen. Ijzeren bok voor de handel : Petroleumboer, bakker enz. Was voorzien van jaag of
Trekpad.

Zijwijk / zijkanaaltje

ca. 3 tot 5 meter

1 – 1,2 meter

Voor lokale afvoer; ook te voet of met kruiwagen .

Het pad bij de wijken

ca. 1,5 – 2 meter (breed)

 

Gebruikt als looppad vaak smal.

📌 Praktische kenmerken

Diepte was beperkt, omdat men met ondiep stekende turfschepen (pramen) werkte.
Breedte varieerde naargelang de mate van gebruik: druk bevaren hoofdwijken (Oostopgaande,Dwarsgat,Jeulenwijk) werden breder gegraven.
Bodem was vaak slap, met veen en modder, daarom moesten oevers regelmatig hersteld worden.
Arbeiderswoningen (zoals in Nieuwlande en Hollandscheveld) stonden direct aan deze wijken, met een vonder of brug over de wijk naar de weg.